This site will look much better in a browser that supports web standards, but it is accessible to any browser or Internet device.
Dit betreft een uit het engels vertaalde tekst. Sommigen lezen misschien liever het origineel. Nadrukkelijk willen wij vermelden dat het geen puur medisch-wetenschappelijke tekst is. Ondanks dat wordt een aardig inzicht gegeven in de werking van de voorhuid.
Omdat bij een besnijdenis verschillende hoeveelheden huid verwijderd kunnen worden, is het van belang inzicht te hebben in de bewegingskrachten die voor elke toestand van de penis (van volkomen slap tot een volledige erectie) bepalen waar de huid zich zal bevinden.
Om het gewenste resultaat te bereiken, is het ook belangrijk om te weten hoeveel huid verwijderd of behouden moet worden. Dit is afhankelijk van de verschillen in grootte (tussen slap en in erectie) van je penis.
De huid van de penis kan zich in een "natuurlijke", een "gerekte" en een "samengedrukte" toestand bevinden. In de gerekte toestand zal de huid terug willen krimpen tot haar natuurlijke staat. In de samengedrukte toestand zal de huid zich juist willen uitspreiden en een groter oppervlak bedekken, om zo weer in haar normale, natuurlijke staat terug te komen.
Dit is de belangrijkste kracht.
Bij het langer worden van de penis wordt de huid gerekt, en de huid die de eikel bedekt, wordt naar beneden getrokken. Wanneer de penis zijn erectie verliest, gaat de huid vanuit een gerekte toestand naar een normale, en vandaaruit door naar een samengedrukte toestand. Op het moment dat de huid samengedrukt raakt, schuift de huid terug over de eikel en bevindt ze zich weer in haar normale staat.
Omdat de schachthuid nauwer is dan de diameter van de eikelrand, moet de huid die over de eikelrand gaat eerst gerekt worden. Er is dus een kracht nodig om dit mogelijk te maken.
Op de huid die éénmaal over de rand van de eikel heen is, werkt een kracht die de huid weer naar beneden, terug over de schacht van de penis wil trekken, zodat de huid weer haar natuurlijke, niet-gerekte staat kan terugkrijgen. Dit is een belangrijk gegeven als je gedeeltelijk besneden wordt, aangezien de huid als ze te kort is, de neiging zal hebben achter de rand van de eikel te gaan zitten in plaats van de eikel gedeeltelijk te bedekken.
Eénmaal over de rand van de eikel heen heeft de voorhuid de mogelijkheid om weer in haar natuurlijke staat te komen door over het smallere deel van de eikel te glijden en de eikel dus (weer) te bedekken. Een strakkere, nauwere voorhuid genereert een sterkere kracht om over het topje van de eikel te glijden dan een lossere, minder nauwe voorhuid, die bijvoorbeeld half teruggetrokken kan blijven omdat de opening van de voorhuid in die positie al haar normale toestand heeft bereikt.
In slappe toestand is de schachthuid bij een matig strak of losjes besneden penis meer of minder samengedrukt en heeft daarom de neiging zich uit te spreiden. Echter, de kracht om uit te spreiden is kleiner dan de kracht die nodig is om de huid te rekken zodat deze over de eikelrand heen kan gaan. Hierdoor blijft de huid doorgaans in meer of mindere mate "samengepakt" achter de rand van de eikel.
Na een besnijdenis zal er na verloop van tijd meer kracht nodig zijn om de huid over de eikelrand te laten gaan omdat de diameter van de schachthuid niet meer regelmatig tot een grootte gerekt wordt die nodig is om de huid over de rand te laten gaan. Dit gebeurt ook bij mannen die hun voorhuid voortdurend teruggeschoven houden.
Een besnijdenis verandert de lengte van de huid van de penis en daarmee dus de huidlengte-kracht. Kennis van dit effect is belangrijk als je voor losjes of gedeeltelijk besneden kiest.
Niet alleen de lengte van de huid wordt veranderd, maar in de meeste gevallen ondergaat ook de voorhuidsopening-kracht een grote verandering. Een lange voorhuid heeft aan het uiteinde meestal een nauwe opening met een groot rekvermogen. Als de voorhuid rustig wordt teruggetrokken, wordt de opening die normaal smal is, gerekt, wat een weerstand tegen het terugtrekken oplevert.
Het gedeelte van de voorhuid dat na een gedeeltelijke besnijdenis over blijft en de eikel nog bedekt, komt in diameter meer overeen met de diameter van de eikelrand. De voorhuidsopening-kracht zal kleiner zijn omdat de opening van de voorhuid minder gerekt hoeft te worden, en de voorhuid zal bij een erectie makkelijker naar achteren over de rand van de eikel schuiven.
Onbesneden mannen met een lange voorhuid kunnen vaak een gedeeltelijke erectie hebben zonder dat veel van de eikel bloot komt omdat de huidlengte-kracht kleiner is dan de voorhuidsopening-kracht. Er staat dan een geringe "spanning" op de voorhuid in de lengterichting, maar deze kracht wordt in balans gehouden door de weerstand van de voorhuidsopening om zich te verwijden.
Bij een gedeeltelijk besneden penis zal elke kleine verandering in de huidlengte-kracht leiden tot het naar achteren schuiven van de voorhuid omdat de voorhuidsopening-kracht zeer klein is. Reeds bij het begin van een erectie zal de overgebleven voorhuid zich beginnen terug te trekken. Dit is een belangrijk gegeven bij de beslissing hoeveel huid verwijderd moet worden, in het bijzonder bij mannen die een groot verschil in grootte van hun penis in slappe en in stijve toestand kennen.
Hetzelfde geldt voor een losjes besneden penis. Als in slappe toestand nog wat huid over de eikel heen ligt, zal deze huid een wijde diameter behouden die makkelijk over de eikelrand heengaat. Dit heeft cosmetische gevolgen voor de penis in slappe toestand, maar ook voor de gebruikte masturbatie-techniek tijdens een erectie. Doordat de huid een wijde diameter behoudt, zal deze eerder over de eikelrand en mogelijk over een gedeelte van de eikel zelf geschoven kunnen worden. Huid die bij een penis in slappe toestand nooit over de eikelrand heengaat zal ook bij een erectie niet gauw over de rand heengaan omdat 1) de diameter van de huid daarvoor niet wijd genoeg is, en 2) de huid daar te kort voor is.
Om het gewenste resultaat te verkrijgen is het van belang de betrokken bewegingskrachten mee te nemen in de beslissing hoeveel huid verwijderd dient te worden. Hoe korter de voorhuid wordt door de besnijdenis, hoe kleiner de voorhuidsopening-kracht zal zijn. Tegelijkertijd wordt de coronale kracht evenredig groter. Op een gegeven moment zal deze groot genoeg zijn om de resterende voorhuid naar achteren over de rand van de eikel te laten schuiven. De huid zal dan achter deze rand blijven, tenzij de penis een keer bij uitzondering extreem slap is.
Dit is waarschijnlijk wat een gedeeltelijk besneden penis van een losjes besneden penis onderscheidt. Wanneer de resterende voorhuid na de besnijdenis minder dan de helft van de eikel bedekt, zal zij zich het grootste deel van de tijd achter de rand van de eikel bevinden. Er is in dat geval dan ook eerder sprake van een losjes, dan van een gedeeltelijk besneden penis.