This site will look much better in a browser that supports web standards, but it is accessible to any browser or Internet device.
"Glory in the circumcision!"
(ARMY OF LOVERS, Israelism)
Tsja, afgelopen 19 januari 2007 was niet enkel de honderdachtennegentigste verjaardag van mijn literair idool idool Edgar Allan Poe -nog twee jaartjes te gaan dus voor zijn bicentenaire!-, doch tevens, en héél wat minder belangrijk, de dag waarop ik me als zesenveerigjarig man met achter mijn rug een actief sexueel leven van bijna een dertigtal jaar uiteindelijk, dan toch, laten besnijden heb... een voorwaar prachtige ervaring waarover ik beslist heb hier bij wijze van voorwoord een aantal velletjes papier vol te pennen.
Ik heb me dus laten besnijden, en -mag ik dat hier al dadelijk preciseren- niet écht uit religieuze overwegingen. Want ja, gelovig ben en blijf ik, zonder mijn geloof had ik me als zwaar mishandeld kind wellicht nooit kunnen rechtop houden, maar aanhanger worden van een religie die a priori homosexualiteit veroordeelt lijkt me niet echt een verlicht ideetje, nee, daarvoor hoop ik dat Gides uitspraak "le mal n´est jamais dans l´amour" nog een beetje geldigheid heeft, en dat God ook mij het recht gunt om nog lang gelukkig te mogen zijn met mijn huidige oogappel Mimoun.
En waarom ik me dan wel laten besnijden heb? Eenvoudigweg, en een té lang uitgestelde beslissing voorwaar, om esthetische redenen. Reeds op mijn twintigste heb ik van een Amsterdams minnaar mogen aanhoren dat ik niet hoefde te klagen over hoe Moeder Natuur me bedeeld had, maar dat mijn voorhuid toch wel érg lang was -zelfs bij een totale erectie kon ik mijn eikel volledig bedekt houden-, en dat een kleine chirurgische ingreep mijn lid er alleen maar verzorgder zou doen uitzien en mijn eikel wat meer weerstand en hardheid zou geven. En ja, vermits ik zelf steeds een uitgesproken voorkeur voor besneden leden in mijn hand of mond of kont heb gehad, heb ik de goede raad van de Nederlandse man nooit echt vergeten, maar een onpractisch wezen als ik steeds geweest ben heb ik dus toch nooit écht concrete stappen ondernomen tot... ...tot vorige decembermaand voornoemde Mimoun met de idee op de proppen kwam. "Weet je," fluisterde hij me op een avond tussen de lakens toe, "als je je bevrijdt van dat hinderlijk velletje, gaat je heerschapje niet alleen fraaier blikken, maar ga ik ook je eikel en je zaadlozingen beter in me kunnen voelen..."
En tsja, Mimoun, de man dus die goed op weg was om deze poète maudit geleidelijk aan te tranformeren tot een brave burger van middelbare leeftijd, heeft me met zijn karbonkeloogjes dan ook de uiteindelijke stap doen wagen.
Ik heb webstekken omtrent besnijdenis bezocht, en gealarmeerd moeten lezen dat er na de ingreep toch een periode van een vier- tot een zestal weken abstinentie volgt. Ik heb er met een Italiaanse vriend, Franco, over gepraat die een vijftal jaar tevoren uit liefde voor een Mohammedaanse schone onder het mes was gegaan. En uiteindelijk heb ik een afspraak gemaakt met uroloog De Jaegher in het Sint-Janshospitaal enkele straten verder. "Je hebt inderdaad véél voorhuid!" "Hoe lang kan ik na de ... euh... niet sexueel actief zijn?" "Een tweetal weken?" "Oh..." "Nu 19 januari heb ik een plaats vrij om 11.00h in de dagkliniek." "Okay."
Zo, dat was vlug beslist, en moge het voor zich spreken dat Mimoun en ik de dagen ervoor nog veel en dartel gebuiteld hebben om waardig afscheid te nemen van mijn spoedig te verdwijnen voorhuidje, zo dartel zelfs dat ik de avond voor de operatie, en mede door de zenuwen wellicht, een heuse lumbago heb opgelopen.
Doch nee, deze lumbago heeft me er niet van kunnen verhinderen om mijn afspraak eventueel niet na te komen, en vooroorgebogen als een zeventigjarig mannetje ben ik de volgende voormiddag dan ook eenzaam en alleen naar de dagkliniek aan de Broekstraat gestrompeld. Alwaar de operatie onder plaatselijke verdoving op een eerder grappige, en zéér Brusselse manier verlopen is. Om mijn zenuwen wat te kalmeren heeft dokter De Jaegher eerst een vleiende opmerking gemaakt over mijn enige tatoeage, de handtekening van Mozart, om vervolgens uit te weiden over diens muziek, en over toneelstuk "Amadeus" van Peter Shaffer, en natuurlijk over de oorspronkelijke tekst van Pusjkin, "Mozart en Salieri". En een twintigtal minuten heeft hij erover gedaan om me om te toveren tot een man die tijdens de Tweede Wereldoorlog wellicht niet zou ontsnapt zijn aan de razzia´s van de Nazi´s, en zoals het in tweetalig Brussel betaamt, is hij hierbij bijgestaan geweest door een klein, donkerogend verpleegstertje tot wie hij instructies heeft gegeven in het Frans, en een blond, bebaard assistent tot wie hij zich in het Vlaams heeft gericht.
En de pijn erna? Oh, die is al bij al zéér draaglijk geweest, misschien omdat Mimoun me dagelijks tweemaal heeft getelefoneerd en om de twee dagen steeds even binnengesprongen is om mijn instrument te inspecteren. En de eerste dagen is deze dus omzwachteld gebleven, maar na een drietal dagen heb ik -niet zonder even op mijn tanden te hebben moeten bijten!- het verband kunnen verwijderen en een bad kunnen nemen.
En de periode van abstinentie? Oh, die heeft exact twee weken en twee dagen geduurd, periode tijdens dewelke we natuurlijk nog wel gekust en geknuffeld hebben en ik tedere kusjes op Mimouns aarsholletje heb gegeven, maar na zestien dagen ben ik er dan toch eindelijk in geslaagd om me ondanks de draadjes die nog niet geheel waren verdwenen met hem aan een partijtje sodomie te wagen.
Het is eerlijk gezegd een prachtige ervaring geweest, mijn besnijdenis, zelfs al heb ik de eerste drie weken dagelijks met een kriebelend gevoel aan mijn nu definitief ontblote eikel en met de gewoontegetrouwe sigaret in mijn linkermondhoek door de Nieuwstraat geslenterd. Want tsja, gestopt met roken ben ik voorlopig nog niet, en dagelijks word ik dan ook nog zeker een drietal maal aangesproken door een nicotineverslaafde die een kankerstokje nodig heeft.
Zoals gisteren, die zonnige februari-namiddag. Ik begeef me dus wat verstrooid naar de ingang van de City 2, wanneer ik aangesproken word door twee meisjes met hoofddoek die elk een kinderwagentje voortduwen. "Heb je soms geen sigaret voor ons, jongeman?" richt de ene nu het woord tot me. En natuurlijk ben ik domverbaasd, ik die er steeds van overtuigd was geweest dat Mohammedaanse vrouwen nooit een wildvreemd man zouden aangesproken hebben, laat staan in de jij-vorm, en dat het voor een wildvreemd man ook ongepast was in het publiek het woord tot hen te richten. Doch goed, ik reik hen beiden een Gauloise aan, geef hen een vuurtje, waarna de vinnigste van het tweetal me eerder impertinent in de ogen kijkt en vraagt: "En hoe gaat het met je piemel, jongeman?" Ik word rood als een tomaat en weet niet welke richting uit te kijken. Het meisje schatert het nu echter uit, ze grijpt me bij de arm en zegt: "Gekkeman, ik ben de assistente van dokter De Jaegher in de dagkliniek hier om de hoek. Een prettige dag nog, bedankt voor je sigaret, en moge je jongeheer nog veel plezier schenken aan de persoon naar wie je hart uitgaat."
En tsja, bedenk ik even later tijdens mijn inkopen in de GB, voorwaar een raar beestje, seks, en wie is er nu het preutst, de noorderlingen, de zuiderlingen, de katholieken, de arabieren? Doch goed, als onze goede God ons mannen dan toch met een piemel bedacht heeft, dan dient die voorwaar gebruikt te worden...
Jan V.L.